Buiten het gebruikelijk kompas

Buiten het gebruikelijk kompas

“In moeilijke tijden moet men de geaccepteerde realiteit in twijfel trekken, omdat er dingen misgaan, snelle antwoorden nodig zijn en de oplossing wellicht buiten het gebruikelijke kompas wordt gevonden.”

– Winston Churchill

Sinds de start van de coronacrisis is het gebruikelijke onderwijskompas behoorlijk door elkaar geschud. Vanaf dag één hebben leerkrachten en docenten op alle niveaus en alle jaarlagen hun best gedaan het onderwijs zo goed en zo kwaad als het kon te continueren. Daar waar het zwaartepunt in het begin van de crisis voornamelijk nog lag op het kunnen organiseren van een goede didactische online les, lijkt de discussie zich in deze fase van de crisis op meer fundamentelere zaken te richten: Biedt de huidige wet- en regelgeving nog wel genoeg ruimte aan scholen om leerlingen en studenten te kunnen bieden wat zij vragen?

Op 22 januari jl. kondigde minister Arie Slob aan dat er een ‘Nationaal programma’ zou worden opgetuigd om ‘achterstanden in het onderwijs weg te poetsen’. Het deltaplan zou ervoor moeten zorgen dat leerlingen en studenten van po tot hoger onderwijs opgelopen achterstanden zo snel mogelijk zouden moeten kunnen wegwerken om zodoende weer zo snel mogelijk deel te kunnen nemen aan het reguliere onderwijsproces. Alhoewel het plan van de minister waarschijnlijk goed bedoeld is kon het op vele negatieve reacties rekenen vanuit zowel binnen als buiten het onderwijsveld. De voorgenomen plannen maken namelijk pijnlijk inzichtelijk hoe belangrijk de meetcultuur in het onderwijs is geworden. Want: Kan je wel spreken van achterstanden wanneer je het over de ontwikkeling van een persoon hebt?

Binnen het Nederlandse onderwijs hangt de meetcultuur al jaren als een zwaard van Damocles boven de scholen. Vanaf groep 3 zijn zij verplicht de ontwikkelcurve van een leerling langs een algemene meetlat te leggen. Op basis van deze metingen wordt bepaald of een leerling op koers ligt of niet. Hierbij gaat het veelal om de vakgerichte ontwikkeling van een leerling en niet de sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze meetdrang wordt voortgezet in het middelbaar onderwijs waar de centrale examens bepalen wanneer en op welk niveau er vakinhoud aan leerlingen wordt aangeboden. Hierbij zijn de gemiddelde resultaten bepalend voor het niveau waarop de leerling uiteindelijk zijn diploma kan behalen. Uitgaande van deze gedachtegang is het niet zo vreemd dat de minister over achterstanden praat. Echter we hebben de afgelopen decennia gezien dat het denken in standaarden en gemiddelden niet altijd voor de beste resultaten zorgt.

De coronacrisis lijkt de kloof tussen leerlingen alleen maar groter te maken. De kloof tussen leerlingen die dingen gemakkelijk oppikken en leerlingen die wat meer persoonlijke begeleiding nodig hebben en de kloof tussen leerlingen met een stabiele thuissituatie waarin ook het onlineonderwijs goed gevolgd kan worden en leerlingen met een zorgwekkende thuissituatie. School zorgt voor vele leerlingen en studenten voor een stabiele en veilige factor in hun leven. School zou echter ook een plek moeten zijn waar zij zichzelf kunnen ontwikkelen en ontplooien. Waar zij in aanraking kunnen komen met zaken waar zij anders nooit mee in aanraking zouden komen. Een plek waar zij soms moeten kunnen vertragen om vervolgens te kunnen versnellen. Op hun eigen tempo en op diverse niveaus.

De plannen van het ministerie lijken deze zienswijze niet te ondersteunen. Ze benadrukken dat het denken in gemiddeldes nog steeds de boventoon voert in het Nederlandse onderwijsbeleid. Daar waar docenten en leerkrachten dagelijks hun best doen te investeren in het contact met hun leerlingen en studenten spreekt de minister over het wegwerken van achterstanden en zo snel mogelijk weer terug naar het oude. In een tijd waar persoonlijk leed maar ook persoonlijke veerkracht en ontwikkeling de boventoon voert houdt de minister angstvallig vast aan een onderwijssysteem dat kraakt in haar voegen, daar waar persoonlijke ontwikkeling centraal zou moeten staan.

Zoals Churchill zei dient de oplossing soms buiten het gebruikelijke kompas gevonden te worden. De huidige crisis maakt inzichtelijk dat scholen meer ruimte nodig hebben om leerlingen en studenten centraal te stellen en niet het systeem. Zij zouden de ruimte moeten voelen en krijgen om in samenspraak met leerlingen, studenten, leerkrachten, docenten, ouders en andere belanghebbenden te bekijken welk onderwijs zij zouden kunnen bieden om de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen en studenten centraal te zetten. Hierbij dient kwaliteit altijd boven kwantiteit te gaan. Ontwikkeling van mensen kan je nu eenmaal niet in een keurslijf van algemeen kwantificerende meetlatten duwen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *